Dutch

Dwergpinguïn - Eudyptula minor

De naamgeving van deze pinguïn is erg toepasselijk. De dwergpinguïn is niet alleen de kleinste pinguïnsoort, de Griekse naam, Eudyptula minor betekent bovendien ‘goede kleine duiker’. Deze niet-vliegende zeevogel broedt in kolonies langs de zuidkust van Australië, van het noordelijke Port Stephens tot Fremantle in het westen. Ondersoorten zijn ook te vinden in Nieuw-Zeeland. Er is heel weinig bekend over hun populaties. Schattingen in Tasmanië variëren echter van 110.000 tot 190.000 broedparen waarvan zich minder dan 5% op het vasteland van Tasmanië bevindt. De grootste populaties zijn te vinden op omliggende eilanden. Volwasse dieren wegen ongeveer 1 kilogram en groeien tot een hoogte van 40 cm
met een gemiddelde levensduur van 6 jaar. In één geval is een leeftijd van 21 jaar geregistreerd.




At Sea
Op Zee
De dwergpinguïn is uitstekend aangepast aan het leven op zee. Zijn gestroomlijnde vorm en
de efficiënte voortstuwing met behulp van zijn vleugels (onder water gebruikt op een
vergelijkbare manier als vogels in de lucht), maken het mogelijk om prooi te zoeken in korte, ondiepe duiken, die vaak tussen 10-30 m en heel soms tot 60 m gaan. Zijn voeten met
zwemvliezen zijn uitstekend om aan het wateroppervlak te manoeuvreren en hebben klauwen voor het graven en beklimmen van glibberige rotsen. Pinguïns hebben grote ogen met netvliezen die speciaal zijn aangepast voor het detecteren van beweging bij weinig licht. In tegenstelling tot ons hebben dwergpinguïns afgevlakte cornea’s (hoornvlies) zodat ze zowel onder als boven water scherp kunnen zien. Evenals andere pinguïnsoorten en veel andere zeedieren, gebruikt de dwergpinguïn ‘omgekeerde schaduwwerking’ als camouflage; van bovenaf gezien vallen de donkere kleuren van hun rug weg tegen de donkere kleuren van de zee, terwijl van onderaf hun zilverachtige buik wegvalt tegen de lichte reflecties van
de lucht erboven. Dit helpt pinguïns aan de aandacht van roofvogels van bovenaf te ontgaan,
van zeehonden en haaien van onderaf, en betekent tevens dat hun prooi hen mogelijk niet
opmerkt. Sommige dwergpinguïns keren consistent terug naar hun holen gedurende het jaar,
maar de meeste blijven op zee tijdens de herfst- en winterperiode.


Feeding
Voedsel

Het dwergpinguïndieet varieert per locatie, maar bestaat voornamelijk uit kleine schoolvisjes,
bepaalde inktvissen en krill (garnaalachtige schaaldieren). Af en toe nemen ze krablarven of
zeepaarden van de zeebodem. Prooi wordt gevangen met snelle uithalen van de snavel en
wordt heel doorgeslikt, wat vergemakkelijkt wordt door weerhaken op het gehemelte van de
mond. Voedsel wordt centraal opgeslagen in een grote maag in plaats van in een krop, dit
zou hen anders uit evenwicht brengen. Dwergpinguïns moeten ongeveer 25% van hun
lichaamsgewicht per dag eten om hun conditie in  tand te houden, echter dit zal meer zijn wanneer ze kuikens voederen of op conditie moeten komen voordat de rui begint.

Colonies and nest sites
Kolonies en Nestplaatsen 


De meeste kolonie inwonende vogels keren in kleine groepen terug naar hun holen binnen
een uur na zonsondergang, dit om roofdieren zoals meeuwen, raven en zeearenden te
vermijden. Groepen pinguïns verzamelen zich voorbij de branding waar men ze naar elkaar
zou kunnen horen roepen. Ze komen aan land in een meute omdat er veiligheid in aantallen
is. Meer vogels betekent meer ogen om roofdieren te detecteren en een groter aantal kan tevens verwarrend zijn voor een roofdier. In grote kolonies kunnen in een korte tijd honderden vogels aan land komen. Nesten liggen meestal ten minste 2 m uit elkaar en bestaan over het algemeen uit een tunnel van 60-80 cm die eindigt in een ‘nestkom’ van gras of zeewier. Nesten kunnen variëren van louter afschrapingen onder een graspol tot een
netwerk van ondergrondse tunnels of een woning tussen rotsen aan de kust. Dwergpinguïns
concurreren mogelijk met pijlstormvogels, Australische beverratten, slangen en meer
recentelijk met konijnen om holen.


Breeding
Voortplanting

Tussen juni en augustus keren mannelijke pinguïns terug om ofwel oude holen te renoveren of om nieuwe te graven. Met lawaaierig baltsen begroeten de mannen de aankomende vrouwelijke pinguïns. Hoewel er maar één partner is gekozen, zullen zij gewoonlijk niet hun enige levenspartner zijn. Vogels planten zich jaarlijks voort, en in oost Australië kan het legsel van gebruikelijk twee eieren gevonden worden tussen mei en oktober. In succesvolle jaren kunnen twee legsels in één seizoen worden groot gebracht, wat ongebruikelijk is bij pinguïns. Het pinguïnpaar wisselt het incuberen iedere 1-2 dagen af en het uitkomen van de eieren vindt plaats binnen 33-37 dagen. Ongeveer 60% van de eieren komt met succes uit. Bij het uitkomen zijn de kuikens roetzwart en wegen ze iets meer dan 25 g. Beide ouders
voeden de kuikens die dagelijks de helft van hun eigen gewicht verorberen. Wanneer ze 40 dagen oud zijn kunnen ze zelfs zwaarder wegen dan hun ouders. Wanneer ze 5 weken oud zijn, zijn de kuikens erg actief en blijven ze zelfs buiten de holen wachten om door hun ouders te worden gevoed. Binnen nog eens 2 of 3 weken zijn ze klaar om naar de zee te vertrekken, waar ze tot volwassenheid zullen uitgroeien. Ongeveer 70% van de kuikens bereikt dit stadium, slechts 15% zal volwassen worden, oftewel twee jaar oud. De meeste van deze volwassen vogels zullen terugkeren naar hun  geboortekolonie om zelf te broeden.

Moult
Ruien

Na het broedseizoen zullen de adulten enorm gaan eten om op conditie te komen voor zij
aan wal komen om twee weken te ruien. Ze moeten hun gewicht bijna verdubbelen omdat ze tijdens de rui niets zullen eten of drinken. Als hun nesten groot zijn, zal de rui daar
plaatsvinden, maar vaak kiezen de pinguïns voor een ruimere plaats waar ze gemakkelijker kunnen poetsen en krabben. Zulke plaatsen zijn duidelijk te herkennen aan de aanwezigheid van duizenden losse veertjes.




Song
Zang 

Zang en vertoningen dienen om partners aan te trekken, indringers af te weren en, als een duet, de verbondenheid tussen een paar tot stand te brengen. De kenmerkende, persoonlijke zang verschilt van een laag basgeluid tot een trompet-achtige kreet, vergezeld van flipper-, snavel- en lichaamsbewegingen. Deze roepen en vertoningen variëren in intensiteit van een 'half-trompet vertoning'; tot een hoogtepunt van geluid en lichaamsactiviteit. 's Nachts, vooral tijdens het broedseizoen, kunnen de luidruchtige uitroepen van een pinguïnkolonie aanzienlijk zijn.



Seasonal activities
Seizoensgebonden activiteiten

Variaties in voedselvoorraden, veroorzaakt door veranderingen in zeestromingen of andere
factoren, bepalen het levenspatroon van elke lokale dwergpinguïn populatie en kunnen
aanzienlijk afwijken van het onderstaande schema. In gunstige jaren kunnen eieren worden
gelegd van mei tot eind oktober, met twee of zelfs drie geslaagde broedsels in een enkel
jaar.





Threats and Predators
Bedreigingen en Predatie

Seizoensveranderingen in natuurlijke voedselvoorraden van jaar tot jaar zorgen ervoor dat
veel jonge vogels dood of in zwakke toestand aanspoelen op onze stranden. Nestkuikens
kunnen ook worden gedood door hitte of door tekenbesmettingen. Vanwege hun kleine
formaat hebben dwergpinguïns last van veel roofdieren. Zowel Australische als Nieuw-
Zeelandse pelsrobben eten dwergpinguïns, en ook een enkel zeeluipaard. Grote meeuwen
kunnen pinguïns doden, tevens binnenlandse witbuikzeearenden verschalken er velen.

Australische beverratten pikken eieren en kuikens uit kolonies. Raven en andere roofvogels
patrouilleren deze gebieden op zoek naar blootgestelde eieren, kuikens en volwassenen, net
zoals buidelmarters (quolls) en Tasmaanse duivels 's nachts doen op het vasteland van
Tasmanië. Echter dwergpinguïns zijn in de aanwezigheid van deze roofdieren geëvolueerd,
waardoor deze soort ze aankan. Geïntroduceerde roofdieren, zoals ratten, honden en katten,
en bedreigingen van mensen vormen een groter probleem.


Ondoordachte activiteiten zorgen voor extra problemen voor dwergpinguïns. Zo kunnen ze
verdrinken wanneer amateurvissers kieuwnetten in de buurt van pinguïnkolonies plaatsen.
Ook olierampen zijn catastrofaal voor pinguïns en andere zeevogels. Niet alleen is olie giftig
wanneer het wordt ingenomen, maar het beschadigt het drijfvermogen en de isolatie van het pinguïngevederte. Kunststoffen worden per ongeluk doorgeslikt en flesverpakkingen kunnen
een lus vormen rond een pinguïnhals.

Loslopende honden of wilde katten doden veel pinguïns (meer dan de natuurlijke vijanden van de pinguïn). Als de vos zich succesvol zou vestigen in Tasmanië, dan zullen pinguïns
met nóg een roofdier overweg moeten. En ten slotte, de effecten van menselijke
aanwezigheid, zoals aanrijdingen, directe intimidatie, het afbranden van de vegetatie en de
ontwikkelende woningbouw, blijven dwergpinguïnkolonies bedreigen.





Viewing guidelines
Bezichtigingsrichtlijnen

Deze richtlijnen zijn bedoeld om de pinguïns te beschermen en tevens u de kans te
geven om ze in natuurlijke omstandigheden te observeren. Zorg ervoor dat u bekend
bent met de richtlijnen voordat u een pinguïnkolonie bezoekt.
Pinguïns zullen het water bij het laatste licht verlaten, zodat de duisternis hun dekmantel
vormt, wat hen beschermt tegen roofdieren. Op dit moment zijn ze erg kwetsbaar
(onthoud dat ze u als een potentieel roofdier beschouwen) en daarom zijn ze op hun
hoede. Als ze een bedreiging aanvoelen of worden gestoord door zaklampen of hard
geluid, dan zullen ze langer op zee blijven. Dit is stressvol voor hen en kan de
voortplanting storen, of kan ervoor zorgen dat ze hun hongerige jongen in het hol niet
bereiken. Als ze op zee blijven, is het mogelijk dat u ze helemaal niet zult zien.


It is important
Belangrijk

Lees en observeer alle informatieborden die bij de pinguïnkolonie zijn geplaatst. Draag donkere kleding voor camouflage en warmte. Benader uw waarnemingspunt vanaf het land, doe dit niet via het strand, anders blokkeert u de toegang tot hun holen. Gebruik bovendien bestaande voetpaden. Loop nooit door de kolonie in verband met het vernielen
van holen. Beschadig de vegetatie alstublieft niet. Kies een kijkpositie die ten minste 3 m van
de pinguïnpaden ligt en blokkeer deze niet. Kies een plek met een donkere achtergrond om
uzelf te camoufleren. Maak uzelf comfortabel vóór het verdwijnen van het laatste licht. Als er
ervaren personeel beschikbaar is, volg dan alstublieft hun advies op. Blijf stil en beperk
beweging tot een minimum. Pinguïns hebben een uitstekend zicht en herkennen beweging
gemakkelijk, vooral als ze uw silhouet tegen de lichte lucht zien.

Alleen dimbare zaklampen die een rood licht uitstralen (rood cellofaan boven de lens is in
orde) mogen worden gebruikt, maar schijn nooit in de richting van het water of direct op de
pinguïns. Flitscamera's mogen niet op het strand worden gebruikt, videocamera's zonder
schijnwerpers kunnen worden gebruikt en leveren overigens betere resultaten op in de
schemering dan conventionele camera's.


Vaak zijn de beste plaatsen om pinguïns te bekijken achter het strand waar ze zich veiliger voelen. Gebruik wederom alleen rood licht. Om het observeren te vergemakkelijken, is een
verrekijker handig, zelfs 's nachts.

Bezoek in geen geval een pinguïnkolonie met uw hond (of kat). Zelfs als uw honden aangelijnd zijn, hun achtergelaten geur trekt andere honden aan. Neem uw voedselresten mee aangezien deze ook honden en katten aantrekken. De dwergpinguïn is een beschermde diersoort.

Het is verboden om pinguïns te vangen, proberen te vangen of anderszins lastig te vallen. Als dit soort gedrag wordt waargenomen, meld dit dan aan de dichtstbijzijnde ranger. Strafbare feiten worden serieus genomen. Als u geïnteresseerd bent in, of bezorgd bent over uw lokale pinguïnpopulatie, neem dan contact op met het dichtstbijzijnde kantoor van Parks and Wildlife Service.


DONATIES

De Parks and Wildlife brochure is nu ook beschikbaar in het Arabisch, Bosnisch, Chinees,
Engels, Kroatisch, Fins, Frans, Duits, Indonesisch, Italiaans, Japans, Maleis, Portugees,
Russisch, Servisch, Spaans, Oekraïens en Vietnamees.

De ‘Friends of Lillico Penguin’ groep vertrouwt op donaties. Elke donatie word zeer op prijs
gesteld en zal worden gebruikt om de dwergpinguïns te beschermen tegen schade op het
Lillico-platform in Tasmanië.


Doneer aan FOLP

Further information
Wilt U meer weten 

Stahel, C. & Gales, R. (1987). Little Penguins - Little Penguins in Australia. Uni Press, Kensington, NSW.

Contact Biodiversity Conservation Branch: DPIW 134 Macquarie Street, Hobart. 7000
Phone: (03) 6233 6556 Fax: (03) 6233 3477


____________________________________
Kindly translated by Regi Broeren

No comments:

Post a Comment